Metropolis M – Het artistieke dierenrijk

In deze tentoonstelling in Parijs gaat het eens niet om de mens, maar om het dier als artistiek wezen.

Het is een prachtige performance: de mannetjesvogel die zich uitslooft voor het vrouwtje. Wild springend en hoofdschuddend danst de paradijsvogel om zijn ‘prooi’ heen. Hij spreidt zijn vleugels en toont opdringerig zijn glanzende blauwe veren aan de afwachtende dame. De Bowerbird houdt er een meer praktische aanpak op na: hij verovert een vrouwenhart met het bouwen van een nest. Hoe meer blauwe decoraties (zoals bessen, bloemen en plastic dopjes), hoe beter zijn kansen.

Door de televisieschermen met paringsdansen vergeet je bijna dat je in een tentoonstelling bent en niet naar een marathon van Planet Earth kijkt. Een instituut voor vogelkunde, The Cornell Lab of Ornithology, droeg deze video’s bij aan de tentoonstelling die tot januari 2017 te zien is in Fondation Cartier in Parijs: Le Grand Orchestre des Animaux.

Dat de tentoonstelling niet alleen werk toont van kunstenaars, maar ook van wetenschappers is niet verrassend. Het is een samenwerking tussen beiden waarbij de hand van de (menselijke) maker ondergeschikt is. Het gaat hier namelijk niet om de mens, maar om het dier als artistiek wezen. Le Grand Orchestre des Animaux is geen tentoonstelling over dieren, maar met dieren.

Een orkest met dieren

Het hart van de tentoonstelling is The Great Animal Orchestra van muzikant en ecoloog Bernie Krause. Ondanks meerdere successen in de muziek- en filmindustrie was hij gauw klaar met Hollywood en trok Krause zich met opnameapparatuur terug in de natuur. Bijna 50 jaar later heeft hij een enorme database aan dierengeluiden opgebouwd die hij opnam in de natuurrijke gebieden van onder andere Canada en Zimbabwe.

Zijn ‘biofonie’ gaat niet om het afzonderlijke geluid van een diersoort, maar om het collectieve geluid dat dieren in een bepaalde omgeving produceren. Bij een symfonie van Beethoven ga je ook niet alleen naar de violist luisteren en bij dieren zou dat volgens Krause niet anders moeten zijn. Net als de instrumenten in een orkest heeft elk dier zijn eigen akoestisch territorium, maar creëren ze pas in samenspel met de andere spelers een harmonieus geheel. Die geluidslandschappen van specifieke topografische gebieden zijn in de tentoonstelling te horen. Huilende wolven, fluitende vogels, brullende apen: samen spelen ze in een – dirigentloos – orkest.

Door het Britse collectief United Visual Artists (UVA) is een visuele uitwerking gegeven aan het concert. In een donkere ruimte zien we in een driedimensionale installatie de data van de opnamen gevisualiseerd, waaronder de diersoorten, de tijden waarop de opnamen zijn gemaakt en de locaties. Hoewel UVA daar niet aan te pas is gekomen, is de website van The Great Animal Orchestra ook een visuele, maar natuurlijk vooral bijzondere geluidservaring. Je kan er door de geluidslandschappen navigeren en wordt begeleid door de rustgevende stem van Krause. De gemiddelde meditatiecoach legt het tegen hem af.

Tegels van Adriana Varejão De paringsdans van de paradijsvogel

Ook micro-organismen dansen en zingen mee

Naast ‘the usual suspects’ zoals apen en vogels, krijgt ook plankton een podium. Bioloog Christian Sardet voer jarenlang over de oceanen om deze micro-organismen te onderzoeken. Met het blote oog is plankton nauwelijks zichtbaar, maar op de foto’s en video’s die hij maakte kan je van dichtbij kennismaken. En hoe. Door kunstenaar Shiro Takatani werd van het beeldmateriaal een video-installatie gemaakt, waarin verschillende monitoren op de grond de illusie creëren dat je onder water kijkt naar de uitvergrote micro-organismen die door het water zweven en steeds nieuwe vormen en kleuren aannemen. Hoewel het geluid in dit geval door de mens (en componist) Ryuichi Sakamoto is gecomponeerd, kan je je goed voorstellen dat dit is hoe plankton zou klinken.

De poëzie van ontbinding

Voor het jungleconcert en de planktondans begeef je je in de verduisterde ruimtes van Fondation Cartier, maar de overige werken zijn te zien in de lichte omgeving van de begane grond waar de geluiden van de (parings)dansende vogels vrolijk door de ruimte schetteren. Het open gebouw van architect Jean Nouvel is perfect voor deze tentoonstelling. Dankzij de glazen gevel begeef je je zo goed als buiten en ondanks de centrale ligging in Parijs dragen de omringende bomen toch een beetje bij aan het oerwoudgevoel.

Hier is nog meer ‘bewegend’ werk dat de aandacht lang vasthoudt. De Japanse natuurfotograaf Manabu Miyazaki plaatste op verschillende plekken infraroodcamera’s die dieren ‘betrappen’ tijdens hun dagelijkse bezigheden – hij was zelf moe van de lange periodes observeren in vaak extreme weersomstandigheden en liet de camera het nu alleen doen. Op drie schermen zijn fotoseries te zien die gedurende een lange periode vanuit één standpunt zijn gefotografeerd. Een van de series toont een Vlaamse gaai die zich als een professioneel model in de mooiste posities laat vastleggen. Helemaal poëtisch is de serie foto’s die de ontbinding van een hert van begin tot eind toont. Het eindigt met het bijna verdwenen karkas dat onder een dik pak sneeuw wordt bedekt.

Van Miyazaki’s hand is ook een van de boegbeelden van de tentoonstelling: een beer die achter de camera staat. Een rake verbeelding van hoe de dieren in deze tentoonstelling als kunstenaars worden neergezet.

Een pijnlijke boodschap in mooie verpakking

Natuurlijk is een tentoonstelling die het dierenrijk viert niet zonder een pijnlijke ondertoon. Alleen al het feit dat Krause de geluidsdichtheid in de natuur aanzienlijk heeft horen afnemen in de afgelopen decennia en dat hij opnames heeft van diersoorten die er inmiddels niet meer zijn, maakt duidelijk hoe beangstigend snel de biodiversiteit afneemt.

Een werk waarin dit ook naar voren komt is het enorme doek van kunstenaar Cai Guo-Qiang. In een stijl die doet denken aan grottekeningen staan allerlei dieren verzameld rondom een bron, drinkend uit een witte leegte. De symboliek zit vooral in het materiaalgebruik: het is volledig getekend met buskruit, een vernietigende uitvinding van de mens.

Maar de tentoonstelling is niet opdringerig activistisch. Je wordt als bezoeker geen lesje geleerd of om de oren geslagen met uitstervende diersoorten, waardoor je met een onbehagelijk gevoel naar buiten zou moeten lopen. In tegendeel, Le Grand Orchestre des Animaux maakt heel vrolijk. En misschien is de boodschap daardoor juist effectiever. De oogverblindende schoonheid van de natuur en het bonte dierenrijk wordt zo goed gepresenteerd dat het je bewustzijn alleen maar kan doen toenemen. En je vervolgens niet kan ontkennen dat dieren de grootste kunstenaars op aarde zijn.

Le Grand Orchestre des Animaux, Fondation Cartier, Parijs, t/m 8.01.2017