Tubelight – Noorderlicht in het Planetarium

20-03-13 / Else Siemerink / TL #85

Afgelopen winter – in de Argentijnse zomer – was in een klein en draagbaar planetarium in het Museum voor Moderne Kunst in Buenos Aires (MAMBA) het Noorderlicht waar te nemen. Het figureerde in een korte film van de Argentijnse kunstenaar Axel Straschnoy (1978), speciaal gemaakt voor de koepelvormige bioscoop.

In de film zien we Axel Straschnoy en een bevriende fotograaf op ontdekkingsreis naar Kilpisjärvi, één van de meest noordelijke regionen van Finland, met als doel het Noorderlicht vast te leggen op camera. Tijdens een tocht van twintig dagen richtten ze zeven nachten hun camera op de hemel, met een uitstekend resultaat; maar liefst vijf nachten was het Noorderlicht waarneembaar. Het planetarium is het ideale projectievlak: de koepelvormige architectuur biedt immers een letterlijke vertaling van de sterrenhemel.

De film is meer dan een vertoning van het magische en kleurrijke licht. De film is ook een verslag van de wijze waarop het licht wordt vastgelegd. In een simpele narratieve structuur zien we de twee mannen het ruwe landschap van Lapland betreden, door de sneeuw ploegen, hout hakken, hun handen warmen aan het vuur en op zoek naar de ideale plek om de camera in de sneeuw te planten. En dit alles gefilmd door een camera die opneemt in een hoek van 180°. Je afvragen wat er zich ‘achter’ of ‘naast’ de camera afspeelt is dus niet nodig, aangezien het totale uitgestrekte sneeuwlandschap in beeld is gebracht. Het enige wat de toeschouwer moet doen is een fixatiepunt kiezen op het grote ronde scherm.

Axel Straschnoy komt van oorsprong uit Buenos Aires. Zes jaar geleden verliet hij Argentinië om zich in Helsinki te vestigen, waar hij sindsdien woont en werkt. In de film lijkt hij – in lijn met het negentiende-eeuwse romantische beeld van de kunstenaar als ontdekkingsreiziger – zijn geadopteerde thuisland te verkennen, te onderzoeken en vast te leggen. Hierdoor keert hij een specifieke geschiedenis om: dit keer is het een Zuid-Amerikaan die Europees grondgebied ‘ontdekt’. Daarnaast is de film een onderzoek naar het planetarium als medium, technologie en architectonisch type. Naast de film Kilpisjärvellä vullen, onder de noemer Planetarium Project, twee fotoseries het onderzoek naar het wetenschappelijk gebouw aan. Hoewel de twee onderdelen – de film en de foto’s – elkaar ondersteunen, hebben ze ook beiden een sterk autonoom karakter.

De film Kilpisjärvellä manifesteert zich als een onderzoek naar het gebruik van het medium en een experiment met deze manier van documentatie. Mede door de time-lapse techniek reageert het beeld op elke beweging van de camera en zijn de beelden soms wat schokkerig. In samenwerking met het ongekunstelde narratief geeft dit de film een eigen en ongelikt karakter. Het is duidelijk dat de kunstenaar zonder script werkte en – behalve de hoop het noorderlicht op camera te kunnen vangen – geen voorafbepaald idee had van hoe de film eruit moest komen te zien.

Ook het overige werk van Straschnoy kenmerkt zich door een experimenteel en onderzoekend karakter. Nauw verwant aan process art gaat het in Straschnoys werk niet per definitie om het uiteindelijke resultaat, maar ligt de nadruk op het proces, de productie en de perceptie. Zo toverde hij eerder voor Camera (2007) een galerieruimte om tot een grote camera, waarbij het publiek het medium letterlijk betrad bij binnenkomst en onderdeel werd van een ‘work in progress’. En hing hij voor Contextos de Exhibición de un Marco Negro (2007) in de tentoonstellingsruimte een zwarte lijst op waarachter een camera schuilde, die de context van zijn eigen tentoonstelling(en) documenteerde. Het meest opvallende werk is wellicht The New Artist (2008), waarvoor hij – in samenwerking met een groep kunstenaars en wetenschappers – twee robots tegenover elkaar positioneerde in een tentoonstellingsruimte. De één als toeschouwer en de ander als kunstenaar: robotkunst voor robots.

Onderzoek naar verschillende media en hoe deze in verhouding staan tot productie en perceptie ligt dus aan de basis van Straschnoys artistieke praktijk. Hij bedrijft een ‘praktische filosofie’, die hij zelf omschrijft als “build it, try it and see what happens”. In de praktijk houdt dit in dat hij de rol aanneemt van een kunstenaar/wetenschapper, die altijd op zoek is naar een (voor hem) nieuw medium. In dit geval had Straschnoy zijn pijlen gericht op het planetarium als medium. In zijn Planetarium Project verkent hij dan ook, zowel door middel van film als fotografie, diens mogelijkheden en beperkingen.

Anders dan de meer didactische films die we van het planetarium gewend zijn, creëerde Straschnoy met Kilpisjärvellä een film die zich baseert op cinematografische conventies en een artistiek karakter heeft. Straschnoy’s film laat het planetarium als ‘bioscoop’ een nieuwe rol aannemen. Het is dus niet enkel het bekijken van het spectaculaire noorderlicht wat intrigeert. Vooral ook de keuze van locatie, vorm en medium maken het bekijken van de film tot een bijzondere ervaring.